Het onderwijs in de onderbouw gaat uit van een aantal kernpunten en is aan de hand hiervan vormgegeven.
Actief en in toenemende mate zelfstandig leren
Leerlingen krijgen de kans om hun eigen leerproces vorm te geven. Dit doen ze door te reflecteren op hun leeractiviteiten. Goede feedback van de docenten is daarbij essentieel. Het zelfstandig leren wordt ook bevorderd door het gebruik van een studiewijzers. In deze studiewijzers staat vermeld wat in een bepaalde periode voor een bepaald vak van een leerling verwacht wordt. De docent stimuleert de leerlingen om actief met hun eigen leerproces bezig te zijn.
Recht doen aan verschillen
Op Het Erasmus willen wij onze leerlingen vanaf de brugklas stimuleren om zoveel mogelijk eigen verantwoordelijkheid te dragen voor hun leerproces. Veel leerlingen waren al gewend om op de basisschool hun weektaak zelf te plannen en bij te houden. Die vaardigheid willen wij onderhouden en verbeteren. Daarom werken wij met studiewijzers en in sommige klassen met een weektaak: een overzicht van de stof voor alle vakken per week. We willen hiermee bijdragen aan een goede studiehouding.
Leerlingen verantwoordelijkheid geven, betekent dat je ze een beetje moet loslaten. Dit houdt in dat we binnen de gewone lesuren tijd beschikbaar maken voor de leerlingen om een deel van de stof zelfstandig te bestuderen en te verwerken. Daarnaast zitten leerlingen op een aantal momenten in de studieruimte. Onder begeleiding van de aanwezige vakdocent(en) werken zij aan de diverse vakken of projecten. Zij bepalen met behulp van de studiewijzer c.q. weektaak wat zij gaan doen.
Loslaten betekent niet in het diepe gooien. Daarom besteden wij in het begin heel veel aandacht aan hoe leerlingen hun werk moet aanpakken. Wij vinden het belangrijk dat:
- Leerlingen zoveel mogelijk eigen verantwoordelijkheid dragen voor hun studie
- leerlingen ervaren dat vakken met elkaar samenhangen
- er recht wordt gedaan aan verschillen tussen leerlingen: verschillen in aanleg, motivatie, tempo en interesse
Uitnodigende, stimulerende en veilige leeromgeving
Leerlingen worden daarnaast gestimuleerd het voor hen hoogst haalbare niveau te behalen. Wij zorgen voor structuur en goede begeleiding daarbij. Een veilige leeromgeving ligt hieraan ten grondslag. Er heerst een open cultuur en we creëren een sfeer waarin iedereen zich prettig voelt en de kans heeft zich te ontplooien.
In de onderbouw, de eerste twee leerjaren, zitten de leerlingen in een dakpan, al dan niet met leerwegondersteuning. De niveaus van de dakpannen overlappen elkaar. Op het vmbo kennen we de dakpannen kgt en bk. De leerlingen worden geplaatst op basis van het advies van de basisschool en de Cito-score. De meeste leerlingen gaan na het eerste leerjaar over naar dezelfde dakpan voor het tweede leerjaar. In een enkel geval stapt een leerling over van de ene naar de andere dakpan: een stapje hoger of lager. De niveaus van de verschillende dakpannen zijn zo op elkaar afgestemd dat doorstroom geen probleem is. Als de leerling een overstap maakt van de kgt-dakpan naar de ht-dakpan, betekent dat dat hij ook op een andere locatie onderwijs gaat volgen. Ook voor deze leerlingen is er extra aandacht.
Na de onderbouw van twee jaar gaat de leerling naar één van de eindopleidingen van de school. Er wordt vastgesteld welk schooltype het beste bij de leerling past. Hierbij spelen cijfers een belangrijke rol, maar er wordt ook rekening gehouden met werkhouding, motivatie en zelfstandig kunnen werken.